Hoogbouw in de binnensteden van Keulen, Antwerpen, Den Bosch, Eindhoven en Rotterdam

De vraag rijst of een binnenstad hoogbouw nodig heeft om mooi, levendig en interessant te zijn. Amsterdam heeft een mooie, levendige en interessante binnenstad, maar daar is geen hoogbouw.

Om meer steden bij deze vraag te betrekken, heb ik me georiënteerd op Keulen, Antwerpen, Den Bosch en Rotterdam. En ook Eindhoven.

Hieronder gebruik ik de term wolkenkrabber voor gebouwen van 160 meter en hoger en semi-wolkenkrabber voor hoogbouw tot 160 meter.

Keulen:

De stad heeft meer dan 1 miljoen inwoners, met een mooie, levendige en interessante binnenstad van 130.000 inwoners. De binnenstad kent geen hoogbouw, behoudens de Dom. Beide torens van de Dom zijn iets hoger dan 157 meter.De maximale toegestane hoogte van overige gebouwen bedraagt 50 meter.

Buiten de binnenstad is er wel een flink aantal semi-wolkenkrabbers, in de toekomst komen daar volgens de plannen wolkenkrabbers bij.

Antwerpen:

De stad heeft 526.000 inwoners, met het mooie, levendige en interessante Historisch Centrum dat binnen het district Antwerpen ligt dat 190.000 inwoners telt. In het Historisch Centrum van het district staan semi-wolkenkrabbers: de Boerentoren van 96 meter, de Antwerp Tower van 101 meter en de politietoren van 70 meter. De Boerentoren is een soort erfgoed, maar echt mooi is die niet. De Antwerp Tower heeft na jarenlange problemen, onder andere met daarin gevestigde misdaad, een volledige metamorfose ondergaan, maar men noemt deze toren nog steeds “de vloek van Antwerpen”, omdat het niet harmonieert met het pal ernaast gelegen, prachtige Operagebouw.

In het Historisch Centrum worden geen (semi-)wolkenkrabbers gepland.

Den Bosch:

De stad heeft 111.000 inwoners, met een mooie, levendige en interessante binnenstad. In de binnenstad staan geen (semi-)wolkenkrabbers. Aan de rand van de stad staan wel semi-wolkenkrabbers, maar die halen de hoogte van 100 meter niet. Tot nu toe is er geen interesse om met die hoogte te bouwen.

Eindhoven:

De stad heeft 230.000 inwoners. De binnenstad is niet mooi, wel levendig en matig interessant. Wel is er hier en daar een mooi bouwwerk, bijvoorbeeld de Catharinakerk en de Bijenkorf.

Er staan in de binnenstad 3 semi-wolkenkrabbers. De Regent en de Admirant zijn lelijk tot saai, de Vestedatoren is mooi. De Regent lijkt op een stapeling van De Meeuw-units, De Admirant is een witte balk met verspringende ramen; deze toren mist een sokkel om de valwinden tegen te gaan, wat enigszins wordt opgelost met een overkapping rond het gebouw.

De gemeente is voornemens veel hoogbouw neer te laten zetten, zelfs tot wolkenkrabberhoogte. Een treffend voorbeeld is het foeilelijke, donutvormige gebouw van 160 meter hoog op de huidige locatie van het stadskantoor. De vloek van Eindhoven in concept.

Rotterdam:

Deze stad haal ik erbij vanwege de binnenstadscoördinator van Eindhoven, Winy Maas. Hij is redelijk bekend als architect vanwege de 40 meter hoge Markthal in Rotterdam. Dit iconische gebouw heeft 3 functies: parkeergarage, van oorsprong overdekte verswarenmarkt en wonen in appartementen. Aan de buitenzijde is het gebouw origineel, maar niet mooi. De binnenzijde van de hal is origineel en bijzonder mooi.

De verswarenmarkt is echter grotendeels mislukt en nu een goed renderende verzameling mogelijkheden om te eten en te snoepen. In vastgoedkringen wordt die daarom wel de vreethal genoemd. De hal sluit elke dag op dezelfde tijd als de winkels in de stad.

De omgeving van de markthal is niet veel zaaks: een gigantisch plein aan de oostzijde, de Binnenrotte, waar 2 maal per week de echte, grote markt plaatsheeft; doods uitzicht aan de zuidzijde en westzijde; aan de noordzijde een rommelige aansluiting op de winkelstraat die leidt naar de Coolsingel.

Rotterdam heeft 645.000 inwoners, waarvan 34.000 in de binnenstad.  

Rotterdam doet veel aan hoogbouw, geleidelijk aan ook met wolkenkrabbers. Van die hoogbouw staat veel in het centrum: bij de Doelen, bij het spoor en aan de Coolsingel. De centrale as waartoe de Coolsingel ook behoort, gaat in de komende decennia naar 250 meter hoogte met een verloop naar 70 meter richting oost en west aan de rand van de brandzone(1940).

En dan de skyline:

Alleen buiten een stad of dorp kan men de skyline zien. Zolang die niet lelijk is, bijvoorbeeld met rokende schoorstenen, een woud van hoge windmolens of andere horizonvervuiling, besteedt bijna niemand er aandacht aan.

Manhattan is vanwege de bijzondere ligging op een eiland aan het water en de gigantisch grote gebouwen zeer fotogeniek, maar kleine plaatsen als Veere en Naarden zijn dat ook. 

Daarnaast is de skyline van de meeste steden en dorpen volstrekt onoverzichtelijk. Foto’s beperken zich daarom vaak tot her en der een straat of gebouw.

Bij (semi-)wolkenkrabbers ziet men van buiten vrijwel niets van het interieur en de activiteiten van de binnenkant. Het lijken dichte kasten of dozen. De meeste zijn saai en sommige zijn foeilelijk. Als ze bij nacht verlicht worden, kan dat soms spectaculair zijn.

Het is volstrekt nutteloos en ondoenlijk om voor de skyline te gaan bouwen. Nutteloos omdat vrijwel niemand daar belangstelling voor heeft, ondoenlijk omdat de skyline in de loop van vele jaren en eeuwen ontstaat, met steeds weer andere ontwikkelingen en plannen.

Waarom die stijgende behoefte aan woningen?

Nederland heeft geen groei van de bestaande bevolking, want het aantal geboorten is minder dan het aantal sterfgevallen. Er zouden 2 redenen voor de stijgende behoefte aan woningen zijn. 1) Verdunning doordat steeds meer mensen alleen komen te wonen. 2) Een positief buitenlands migratiesaldo, hoofdzakelijk door tijdelijke arbeidsmigranten.

De verdunning zou men kunnen oplossen door splitsing van huizen, zoals dat voor Woensel wordt voorgesteld door Woonbedrijf en ontwikkelaar BPD. En vervangende nieuwbouw, van eengezinswoningen naar appartementen.

Een grote stroom van tijdelijke arbeidsmigranten naar de binnenstad zou die overspoelen met beste, brave mensen die geen Nederlands spreken en nogal op zichzelf zijn. Nu is het aandeel expats op straat en in winkels al tamelijk groot, dan wordt het nog veel groter. Nu al wordt men als Nederlander geregeld door Eindhovens winkelpersoneel in het Engels aangesproken.

Het migratiesaldo zou men kunnen beperken door bestaande subsidies voor nieuwe tijdelijke migranten af te schaffen. In het bijzonder de 30% belastingkorting voor expats.

Conclusies:

  1. Onafhankelijk van de grootte van de stad zijn (semi-)wolkenkrabbers niet nodig voor een mooie, levendige en interessante binnenstad.
  2. Lelijke en saaie (semi-)wolkenkrabbers kunnen de skyline en de horizon van de binnenstad hier en daar vervuilen. Hoge wolkenkrabbers kunnen zelfs tot in de randgemeenten de skyline en de horizon vervuilen.
  3. Voor de skyline bouwen is volstrekte onzin.
  4. Appartementengebouwen tot maximaal 50 meter hoog in de binnenstad, net zoals formeel in Keulen, sluiten goed aan bij de bestaande bebouwing. Deze gebouwen zouden voorzien kunnen worden van interessante gevels. Iconische gebouwen zoals de kerken komen dan beter tot hun recht; toeristen bijvoorbeeld hebben geen belangstelling voor de zoveelste saaie woontoren.
  5. Bouwen in de binnenstad voor een grote stroom van tijdelijke arbeidsmigranten leidt tot de creatie van een getto met expats. Die grote stroom kan men enigszins indammen door subsidies voor expats af te schaffen en voor de rest te verleggen naar de randgebieden van Eindhoven.

2 comments

  • Peer Notermans

    Beste Breugel Jaap,

    Gelukkig dat een niet binnenstadbewoner van Eindhoven zich genuanceerd uitlaat over skylines en wolkenkrabbers. Het lijkt wel alsof hoogbouw in binnensteden een doel in zichzelf zijn en dat de complicerende gevolgen weggewoven kunnen worden. Vooral Eindhoven heeft van huisuit een lastige binnenstad met zijn pindavorm Vestdijk-Keizersgracht. Als je daar radicale hoogbouw voor duizenden nieuwe bewoners wilt dan moet je konsekwent zijn. Dan kun je daar niet het aantal parkeerplaatsen met 1000 verhogen en het verkeer door de binnenstad laten doorstromen. Zelfs niet met 30 km per uur. Groningen voerde al 50 jaar geleden een doorgangsstop door de binnenstad door en op dit moment zelfs voor het OV.
    Wie A zegt moet de guts hebben om B te zeggen. Dus als we de doorgangsauto niet kunnen en willen remmen, dan geen binnenstadskyline van frietjes van 160m. De frietjes stammen van bouwheer Toon de Koning.

    Peer

    • BreugelJaap

      Verkeer in de binnenstad van Eindhoven

      Naarmate er meer mensen in de binnenstad gaan wonen, zullen er drastischer maatregelen voor het verkeer nodig zijn. Daar valt zonder concrete plannen niet veel over te zeggen.

      Zelf ga ik maar eens uit van een toename met 5.000 personen, wat vergelijkbaar is met het inwonertal van Breugel. Bij een maximale bouwhoogte van 50 meter in de Eindhovense binnenstad (de markthal van Winy Maas is 40 meter.)

      Hoe dan ook zal iemand die verhuist van Breugel naar de Eindhovense binnenstad aanzienlijk moeten inleveren op:
      Bereikbaarheid van de naaste omgeving met de auto, vooral supermarkten
      Bereikbaarheid van sportvoorzieningen met de auto
      Bereikbaarheid van basisscholen met de auto
      Parkeren
      Daar staat tegenover dat de busverbindingen bij die verhuizing passender en frequenter worden.

      Wat lopen en fietsen betreft, maakt het niet veel uit. Wel heeft men in Eindhoven een groter risico dat een fiets gestolen wordt.

      De personen van de doelgroep voor die 5.000 zouden dan vooral goed moeten kunnen lopen en fietsen. En geen auto willen bezitten.

      Bij een later verminderde motoriek zou men het beste weer kunnen verhuizen naar een autovriendelijke omgeving. Bijvoorbeeld Son.

      Doorgaand autoverkeer is in een woonomgeving bijzonder storend, dat is ook in Breugel duidelijk te constateren. De toekomstige woonstraten in de Eindhovense binnenstad dienen daarom vrijgemaakt te zijn van doorgaand autoverkeer.

      BreugelJaap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *