Terug naar school: ‘Balans in de Binnenstad’

Gisterenavond was ik te gast bij Fontys Hogescholen voor het openbaar college ‘Balans in de Binnenstad’ waarin de verhouding stadsontwikkeling in steen en groen gerelateerd werd aan de bewoners. En ja, dat leest u goed: de bewoners, niet het winkelend publiek. Met name Cees-Jan Pen is een uitgesproken voorstander van meer woningbouw in de kern van de stadskern. De functie van de binnenstad verandert namelijk van ‘a place to buy’ in ‘a place to stay’. Maar hoe ontwikkelt zich de vastgoed-stad ten opzichte van de mensen-stad. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig.

Wil je een korte impressie, dan vind je onderaan het kopje ‘Samengevat’. Wil je de full deal, lees dan verder.

Twee inhoudelijke sprekers
De twee inhoudelijk sprekers waren mevrouw Caroline Schipper en de heer Cees-Jan Pen. De laatste was vroeger lector ‘Brainport’ en nu lector ‘De ondernemende regio’, dat wist ik. Maar Caroline Schipper was in haar huidige rol voor mij nieuw. De oud-directeur van Lunet Zorg staat nu aan het hoofd van ‘Social Studies’ bij Fontys Hogescholen. Grappig feitje is dat zij ook een Master of Science Real Estate heeft gedaan en dus een dingetje heeft met vastgoed. De avond werd met licht-Rotterdams accent geopend door gastheer René Luijendijk. De belangstelling was ronduit groot: alle plaatsen waren vergeven. 70 Eindhovenaren bleken benieuwd naar hoe het verder moet met ons binnenringse winkelhart.

Cardiologie
Om maar meteen met de term ‘winkelhart’ te beginnen: dat wordt niks zonder de nodige stadscardiologie. Cees-Jan Pen (sociaal geograaf) legt het uit. “We zijn wat betreft woningbouw uitgebouwd buiten de stadsgrenzen. Vinex kan niet meer en werkt ook niet: mensen willen in de binnenstad wonen. En het liefst in een appartement. Bovendien móeten we wel investeren in onze binnensteden om die economisch te vernieuwen.”

Circulair
Pen gaat verder: “We moeten toe naar een circulaire economie, in eerste instantie naast de gewone. Circulair wil zeggen dat je afscheid neemt van het begrip afval. Alles moet herbruikbaar zijn”. Het publiek knikt instemmend, hoe kun je ook haast tegen een dergelijk streven zijn. De heer Pen betrekt vervolgens het publiek meer bij zijn verhaal: “Waarom zou ik nou zo geïnteresseerd zijn in die binnenstad? Roept u maar!” De uitkomst is kei logisch: “Van de top 10 van grootste werkgevers zijn er zes plekken bezet door een binnenstad. Het is daar waar banen voor alle lagen van de bevolking te vinden zijn. Retail is overigens de op één na grootste werkgever van Nederland”. Ik snap dat wel: ook in de Eindhovense binnenstad werken veel mensen. “Mooi!”, hoor ik mezelf denken.

Stedentrek
Vervolgens legt de heer Pen uit dat er relevante ontwikkelingen zijn die niet alleen bij ons maar ook elders in Europa een belangrijke rol spelen. De belangrijkste is de trek naar de steden en dus ook de leegloop van het buitengebied. Pen schetst een opvallend verband: hoe meer technologie beschikbaar komt, dus ook sociale media, hoe sterker de behoefte van mensen om elkaar fysiek te ontmoeten. En dat doen ze door massaal naar de stad te trekken.

Brainport is oké
Cees-Jan Pen weet dat Brainport niet door veel Eindhovenaren wordt begrepen, of liever: ze hebben er niks mee. Maar hij laat zien op het scherm dat er ongelooflijk veel patenten in Brainport worden geregistreerd. Ook geeft hij aan dat het hoogtechnologische karakter van de regio een goede zaak is. Eindhoven is smart en “Data is de olie van de 21ste eeuw!”. Wat de meerwaarde van dit specifieke onderdeel van het college is weet ik eigenlijk niet. Ik kende de uitspraak wel in relatie tot ‘Big Data’ en beschrijft eigenlijk wat de Googles en Facebooks doen: geld maken met hun monopoliepositie als het gaat om nullen en enen. Digitale Stad Eindhoven doet dat overigens niet. Nooit.

De kanteling
Met de introductie van de kortste achternaam die ik in jaren heb gehoord, kantelt het college ineens naar de mens. Mevrouw Schipper begint haar kijk op de stad door een citaat van Professor Irene Ng: ‘A smart society is an empowered society’ met andere woorden: het gaat om de mensen, zij maken de stad. Schipper verwijst naar Aziatische steden die vergeven zijn van technologie maar ook van ongelukkige bewoners. Dan doe je dus iets niet goed. “Eén van de dingen die we dus moeten gaan doen is dus onze eigen schouders eronder zetten…”, zo suggereert iemand uit het publiek, “Precies, dat is dus zeker zo belangrijk als praten over hoe we de stad fysiek vormgeven”, antwoord Caroline Schipper.

John
Ze ging verder met haar betoog: “Heel opvallend was het tijdens de nieuwjaarsrede van John, dat er iets met het publiek gebeurde als termen vielen als ‘verbinden’, ‘inclusiviteit’ en ‘zorgen voor elkaar’.  Er klonk zelfs gejuich.”. De vraag van mevrouw Schipper is hoe je dit soort thema’s kunt combineren met de wens om van Eindhoven ‘Dé Internationale Hotspot’ te maken.”. Langzaam maar zeker komt de knoop van dit Fontys mini-college in beeld: Brainport, de Triple Helix (samenwerking onderwijs, bedrijven en overheid) hebben een achilleshiel.

Oftewel, zo stelt Caroline Schipper: “Ik mis in de ontwerpen de plekken waar de mensen elkaar kunnen ontmoeten en verbindingen kunnen aangaan. Eigenlijk zou de binnenstad een ‘Leefbaarheidscampus’ moeten zijn.”. Hoewel ik snap wat Schipper hier nu zegt, merk ik dat ik last krijg van mijn oude campus-allergie, hoewel die niet in de schaduw mag staan van mijn actuele inclusie-overgevoeligheid.

Domme dingen
De gemeente heeft een paar jaar geleden niet per definitie gekozen voor de slimste bouwmogelijkheden. Mevrouw Schipper legt uit dat een paar jaar geleden de Gemeente Eindhoven financieel met de rug tegen de muur stond. Het feit dat de bevolking gemiddeld genomen ook nog eens vergrijst speelt ook in dit opzicht mee. Er komt daardoor ook minder binnen bij de lokale overheid. Tot slot laat Schipper zien dat blijkens data geldt: hoe dichter je bij het centrum woont, hoe hoger je inkomen. Iemand uit het publiek merkte op dat dit fenomeen juist wijst op gebrek aan inclusie. Caroline Schipper gaf aan dit te onderschrijven, maar belangrijker voor haar is het gebrek aan geregisseerde ontmoetingsmogelijkheden. De ziel van de stad noem ik het op mijn beurt.

High Streets en Dead Malls
De tijd gaat snel en Cees-Jan krijgt opnieuw het woord. De sociaal geograaf staat stil bij de situatie van stadskernen in landen om ons heen. Het is er uitgestorven, bijvoorbeeld in veel ‘High Streets’ van Engelse steden. Maar ook zouden we eens moeten googelen op  Er is te lang alleen gedacht in aanbod van winkelruimte maar: “Hoe we het ook wenden of keren; we krijgen gewoon minder retail…”, aldus Dr. Pen. “Een logische stap is dus om de binnenstad om te bouwen tot een plek om te wonen en dan kun je haast niet om hoogbouw heen”. Het publiek begint nu toch wat beweeglijk te worden. Niet de tijd maar het nieuwe H-woord is gevallen: Hoogbouw.

Rommeliger
Het publiek pruttelt nu lichtelijk. Een architect die blijkbaar ook als toehoorder aanwezig is, legt uit dat hoogbouw eigenlijk ook een soort verticale straat kan zijn. Hij voegt eraan toe dat het wel inspanning vergt om mensen ook op soortgelijke wijze met elkaar te laten interacteren. Mevrouw Schipper vult hem aan:”…en dat is nou net best lastig. Zeker als je de sociale infrastructuur de afgelopen decennia hebt afgebroken.” In het publiek ontstaat nu wat meer onrust. Het gesprek gaat van de verticale straat naar Amsterdam waar geen Amsterdammer meer woont (het licht begon ervan te dimmen, ongelogen!) en ook stelt iemand een onderzoek aan de orde waaruit bleek dat slechts 11% van de Eindhovenaren in de binnenstad zou willen wonen. Waar zijn we dan mee bezig?

Centrum: waar arm en rijk samenkomen
Het beeld wat langzaam maar zeker ontstaat is dat er op een niet-sociale manier een verbinding ontstaat tussen arm en rijk. Als er niet wordt ingegrepen wonen in de binnenstad dadelijk de rijkere Eindhovenaren terwijl de armere Eindhovenaren alleen maar in de binnenstad komen om er te werken. Iemand suggereert nog dat er meer georganiseerde ontmoetingsmogelijkheden zijn in de bruisende plint van de hoge gebouwen. Het betreft de begane grond waar eenieder iedereen zou moeten kunnen leren kennen. Caroline Schipper bleek niet de enige die wat haken en ogen zag. “Als het niet wordt georganiseerd, tja…”.

Twijfel
Ook Cees-Jan Pen leek niet helemaal overtuigd van de slagkracht van onze gemeente op dit punt. De financiële positie helpt daarbij ook niet mee. “En voor een socialer bouwprogramma, daar zou een heel makkelijke oplossing voor zijn: het opheffen van de verhuurdersheffing voor de woningbouwverenigingen. Maar ja, die heffing is nu juist in het leven geroepen omdat directeuren ineens met een Maserati hun woon-werkverkeer begonnen af te leggen.”. En er is nog een aantal factoren die de revue passeren. Het vrijwel ontbreken van een middengroep in het inkomenslandschap is er eentje, de complete afwezigheid van arbeidsmarktkansen voor Eindhovenaren met een geringere ‘snap-snelheid’ is een andere. Die laatste constatering kwam uit het publiek en je kon daarna eventjes een speld horen vallen, maar het woord ‘inclusief’ niet.

Deens stadsmodel
Caroline Schipper wijst op Kopenhagen en noemt de stadsontwerpadviseur Jan Gehl. Eén van de door hem gestimuleerde ontwikkeling is die van de afwijkende woonvormen. Schipper noemt in dat kader bijvoorbeeld co-housing, niet te verwarren met ‘coophousing’ waar menig Brabants makelaar zijn Aziatische potentiële koper in rondleidt. Co-housing is een woonvorm waarbij meerdere huishoudens in min of meer één woning huis houden. Meestal hebben bewoners dan wel een eigen woonruimte, maar ze delen bijvoorbeeld wel de keuken of het doucheputje. Een Kangaroo-woonvorm is een andere variant. Het zijn andere woonvormen dan het befaamde ‘huis met een tuintje’. Of het appartement, liefst met onbenut balkon. Mevrouw Schipper ziet wel een toekomst voor dit soort deel-initiatieven omdat er in dit soort woonvormen sociale netwerken ontstaan. En die hebben we in een stad juist keihard nodig. “Zoals in het citaat van straks al te lezen viel: ‘A smart society is an empowered society'”.

Nabije toekomst: uitdagingen
Allereerst is er een toename van de vergrijzing. Eindhovenaren worden gemiddeld ouder. Daarmee bedoel ik niet dat ieder van ons een paar maanden erbij weten te leven maar dat de gemiddelde leeftijd van alle Eindhovenaren samen hoger komt te liggen. Indicatief: het percentage 70-plussers neemt toe. Het tweede aspect hangt met ons ‘steeds ouder worden’ samen, we moeten onze stad zijn voor vier generaties Eindhovense inwoners waar we van oudsher rekening houden met drie generaties. Ook van belang is de groeiende behoefte aan andere of nieuwe stedelijke voorzieningen door een verandering van de binnenstadsbevolking en door een steeds sterker wordend internationaal karakter.

Wat is vanavond ‘inclusief’?
“Eindelijk!”, zo dacht ik toen dit punt ter sprake werd gebracht door mevrouw Schipper. De term was al vaak gevallen maar gedefinieerd was hij nog niet. De definitie voor nu bleek verrassend veel te maken te hebben met de ‘Balans in de Binnenstad’. Inclusiviteit ontstaat als sprake is van een goede balans tussen het perspectief van de economie, de politiek en het sociale. In Kopenhagen kijken ze weer met een andere bril. Daar zijn het waardegebieden: hoe is de binnenstad te waarderen op het gebied van financiën, klimaat en de sociale waarde. Schipper wijst er fijntjes op dat alles valt of staat met de mate waarin een inwoner zich thuis voelt. Kort door Bob’s bocht: je voelt je thuis als je in een inclusieve samenleving vertoeft. Op z’n Cruijff’s: “Logisch!”.

Amenities
Lector Pen haakt nog even aan en stelt dat in de plint van de hoogbouw dan ook goed nagedacht moet worden over de vereiste amenities. Dat zijn stedelijke voorzieningen. In dit geval moeten die zo gekozen worden dat er als het ware een community ontstaat. Een sportschool bijvoorbeeld of een onderdeel van de gemeente. De amenities moeten bijdragen aan de reuring. Het is dat het college al uitloopt, maar anders had ik graag gevraagd hoe het kan dat in slechts 25 % van de begane gronden langdurig voldoende levendigheid wordt gecreëerd. In de folder of op de foto is een amenitie een fluitje van een cent. Zo schijnt in het prospectus van een nieuwbouwsel ook altijd de zon, maar de realiteit is vaak een andere. Het begrip ‘amenitie’ triggert nu mijn ‘iconische’ onrust. De avond zit er bijna op.

Witte geit?
Hoe interessant de avond ook is een goeie Eindhovense dialoog kan niet zonder een Brainport-opmerking. Dit keer kwam ie voor rekening van een ‘member of the public’. De man had alle Eindhovense buurten bezocht en Eindhoven heeft er 109 momenteel. Wat hem opviel bij zijn bezoek aan buurtcoaches was dat wanneer hij vroeg naar de betekenis van Brainport, dat het antwoord dan meestal verwees naar Dierenrijk Europa; “Witte geit?”. Pen verdedigde de Brainport-gedachte, ook toen in het publiek gesteld werd dat niet Brainport maar de combinatie van bedrijven en de TU/e de motor was. Het was toch echt het geheel en natuurlijk ook samen met de toeleveranciers. Bovendien schermde Pen met de Veldhovense banketbakker wiens ambachtelijke zaak floreert door de hightech langs de snelweg. Pen’s lectoraat heette overigens oorspronkelijk ‘Brainport’.

Uitgebalanceerd
Een kwartiertje later dan gepland waren we wat binnenstad betreft ‘uitgebalanceerd’. Caroline Schipper schetste haar beeld voor de toekomst en refereerde aan een mensennetwerk zoals dat alleen in Zuid-Amerika kan ontstaan: als je elkaar drie keer ergens hebt ontmoet, dan ben je eigenlijk gewoon familie. Het publiek toont met het nodige applaus de waardering voor het sprekersduo en wil daarna graag nog verder in gesprek. Maar de community moet helaas vertrekken, want bij Fontys wil men ook een keer naar huis… of naar een appartement natuurlijk.

Samengevat
Cees-Jan Pen, lector ‘Ondernemende Regio’ bij Fontys geeft aan dat de binnenstad een zeer gewilde woonlocatie is en dat de tijd van huisje-met-een-tuintje toch echt voorbij is. Hoogbouw is prima als er maar genoeg amenities (stedelijke voorzieningen) zijn waardoor de onderste laag goed samenhangt met de buitenruimte en helpt de inwoners met elkaar in contact te brengen. Groen en circulair moet de binnenstad natuurlijk ook zijn maar dat kan ook met hoogbouw als je de juiste materialen gebruikt.

Aantekeningen op onbruikbare visitekaartjes. Ook best circulair…

Caroline Schipper, directeur ‘Social Studies’ bij Fontys betoogt dat de stad vooral de mensen zijn. En dat juist heel kleine en eenvoudige initiatieven van enorme waarde zijn voor het allerbelangrijkste in een stad: dat je je er als inwoner thuis voelt. Schipper maakt zich zorgen om de nadruk op de fysieke stadsbouw waar we juist veel meer werk moeten maken van de sociale constructie van een stad: “De zachte kant”. En die zachte kant is moeilijker tot bloei te brengen in ‘verticale straten’.

Het betrokken burgerpubliek gaat morgen eerst maar eens een psycholoog bellen. Het blijkt dat een één- of tweepersoons appartement in de binnenstad het nieuwe normaal is. Ook het andere probleem kan dan worden aangekaart, want vanavond begreep ik dat ‘we’ liever zien dat projectontwikkelaars torens bouwen in de binnenstad dan dat ze woningen realiseren waar nu een weiland ligt. Dit kan zo niet langer, al vrees ik dat het voor mij al te laat is… ik heb al een tuintje en al kan ik voor het drievoudige bedrag van mijn huidige hypotheek straks intrekken in een E District-appartement, ik wil het niet.

Mevrouw Schipper had overigens nog wat zand onder haar schoenen. Ik heb wat korrels afkomstig van haar linker en haar rechter schoen mee naar huis genomen en zojuist aan een zeefanalyse onderworpen. Het resultaat: 100 procent Eindhovense aarde. beide voeten. Geboren en getogen bovendien. Ik ga haar vandaag of morgen gewoon mailen, het kan zomaar zijn dat ze uit haar eerdere werkkring bij Lunet nog een goeie Eindhovense zielenknijper kan aanbevelen.

Tot slot
Ik vind het grote klasse dat Fontys Hogescholen, en de beide sprekers namens dit onderwijsorgaan, dit initiatief hebben genomen. Het is een ontzettend interessant onderwerp en van wezenlijk belang voor de toekomst van onze stad. Het feit dat gepoogd wordt transparant te zijn is een steeds zeldzamer iets terwijl het zéér essentieel is voor een gezonde discussie. Hulde!

 

Naschrift

Lector Cees-Jan Pen vond het ook geslaagd: Op twitter schrijft hij: “Balans in de binnenstad. Kijk terug op zeer interactief #TECcollege met bewoners en betrokkenen uit de stad. Veel waardering dat @Fontys meer en zichtbaarder zich mengt bij actuele maatschappelijke vragen in de stad. Geslaagd dus”  ( Bron: Twitter, 23 januari 2020 )


Meer lezen?

In hoge huur kun je niet wonen over het toekomstig E District E ( E, waar móet jij nou? )

Knip, wast een Heuvel, kost een beetje (meer) over de prijs van Eindhovense vergroening als er gewerkt moet worden

Spagaat op zondag: Jansen en Jorritsma over doorduwen, bijvoorbeeld ‘onze’ tunnelvisie tot wel 160 meter hoog

Leestip voor de heer Pen: De Heuvel: Over the hill over herbestemming met alleen maar winnaars

Leestip voor mevrouw Schipper: Huiskamer van Stratum over een buurtcafé dat zonder subsidie toch écht van de grond gaat komen

7 comments

  • Matt Leenen

    Wat een spreker is die man, wat een spreker is die man. Hij is een man die ouwehoeren kan….

    • bleenhouwers

      Beste Matt,

      Dankjewel voor je reactie. Ik doe mijn best, denk ik, om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van wat er die avond is gezegd. Dat blijkt al best moeilijk, want ik schrijf een ander verslag dan Peer Notermans in zijn verslag.

      Nu kan het ook zijn dat jij doelt op de uitleg zoals de heer Pen die verzorgde.

      In beide gevallen wil ik je vragen inhoudelijk te reageren, want ‘ouwehoeren’ dat zegt niet zoveel. Op welke punten ben je het niet met hem / mij eens? Kun je ook aangeven waarom niet? Ik nodig je overigens van harte uit om een eigen bijdrage te schrijven over dit of andere onderwerpen die je interesseren.

      Hartelijke groeten,

      Bob

  • Bob,
    Gefeliciteerd: dit is je 100e bijdrage aan DSE!

  • Mooi verslag van een lange avond. Of een lang verslag van een mooie avond?
    Maar wat waren nou de conclusies en wat doen we daarmee?

    Gaan we gewoon door met streven naar flats van 150 meter hoog of verandert er iets in dat plan?
    En als er iets moet veranderen, hoe weten de Beleidsmakers en Beslissers dan dat ze de bocht om moeten? Hoe bereik je die BeBe’s? Ik zou het niet weten.

  • Rien

    Bob,
    Zeer bedankt voor dit verhelderende nachtelijke verslag!

    Hoe mooi zou het zijn om hier op DSE met betrokken burgers bestuurders en ontwerpers verder te kunnen filosoferen. Om te komen tot een binnenstad die we wel zien zitten.

    Het huis met een tuintje van 6 x 6 meter heb ik al en alleen zeer zware ouderdomsgebreken kunnen mij en mijn echtgenote er toe bewegen om dat tuintje op te geven voor een appartement. Maar dan komt een bejaardenhuis eerder in aanmerking.

    Natuurlijk zijn er ook Eindhovenaren die een tuin(tje) en tuinieren niet zien zitten en zich in een flat/appartement helemaal senang voelen maar dat is geen meerderheid, toch? Die zouden we bij voldoende draagkracht de binnenstad kunnen aanbieden.

    • Bob

      Ook over de flat-trek werd gisteren iets beweerd. Als ik het goed begreep zouden veel ouderen best bereid zijn om hun half lege eengezinswoning op te geven voor een mooi appartement. Maar die zijn er dus niet, aldus de spreker (de appartementen zijn er niet, de verhuisbereide ouderen wel). In de praktijk zie ik vooral het gelukzalige beeld dat ouderen graag lekker blijven wonen waar ze het al lang fijn hebben of lang fijn hebben gehad. Eén oudere ken ik nu al bijna 50 jaar en zij kreeg laatst, op bijna 85 jarige leeftijd de vraag gesteld: “Mevrouw, hoe ziet u uw toekomst?”. Elke letter van haar antwoord typeert haar…: “Mijn toekomst? Die ligt achter me.”. en daarmee gaf ze in dit geval perfect aan in het ‘hier en nu’ te leven. Ze voelt zich thuis. Die krijg je echt haar huis niet uit. Maar wie al langer meeleest weet dat de mate van geluksgevoel niet eens bepalend is. Ook mensen die eigenlijk niet meer zelfstandig kunnen wonen in hun hele grote huis voelen niet de omvang maar het bekende. Elke geur, elk geluidje en kijken heen door die ene scheur in het plafond. Met andere woorden Rien, lekker thuis doorwonen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *